Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 1700-1701
  • Zacharia

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zacharia
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Zacharia
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Berechja
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Bijbelboek nummer 38 — Zacharia
    „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 1700-1701

ZACHARIA

(Zacharia) [Jah is gedachtig geweest].

1. De zoon van de hogepriester Jojada. Na Jojada’s dood keerde koning Joas zich van de ware aanbidding af en luisterde liever naar verkeerde raad dan naar Jehovah’s profeten. Zacharia, een neef van Joas (2 Kron. 22:11), waarschuwde het volk nadrukkelijk hiervoor, maar in plaats van berouw te hebben, stenigden zij hem in het tempelvoorhof. Zacharia’s laatste woorden voordat hij stierf, luidden: „Jehovah moge het zien en het terugeisen.” Dit profetische verzoek werd ingewilligd, want niet alleen bracht Syrië Juda grote schade toe, maar ook werd Joas door twee van zijn dienaren gedood „wegens het bloed van de zonen van de priester Jojada”. De Septuaginta en de Vulgaat zeggen dat Joas werd gedood om het bloed van de „zoon” van Jojada te wreken. De masoretische tekst en de Syrische Pesjitta spreken echter van „zonen”, waarbij mogelijk de meervoudsvorm werd gebruikt ter aanduiding van de uitnemendheid en waardigheid van Jojada’s zoon Zacharia, de profeet-priester. — 2 Kron. 24:17-22, 25.

Zacharia, de zoon van Jojada, is hoogstwaarschijnlijk degene die Jezus in gedachten had toen hij profeteerde dat „het bloed van alle profeten, dat vergoten is sinds de grondlegging der wereld, van dit geslacht [de joden ten tijde van Jezus’ aardse bediening] geëist [zou] worden, vanaf het bloed van Abel tot het bloed van Zacharia, die gedood werd tussen het altaar en het huis” (Luk. 11:50, 51). De gegevens omtrent de plaats waar Zacharia werd vermoord, kloppen. In de 1ste eeuw G.T. was Kronieken het laatste boek in de canon van de Hebreeuwse Geschriften. Jezus’ woorden ’vanaf Abel tot Zacharia’ betekenden dus net zoiets als onze uitdrukking „van Genesis tot Openbaring”. In het parallelle verslag in Mattheüs 23:35 wordt Zacharia de zoon van Berechja genoemd; misschien was Berechja een andere naam voor Jojada, tenzij er wordt gedoeld op een generatie tussen Jojada en Zacharia, of op een vroegere voorouder. — Zie BERECHJA.

2. Koning van Israël. Zacharia was een zoon van Jerobeam II en de laatste regerende vorst van Jehu’s dynastie. Zijn regering, die volgens het verslag zes maanden heeft geduurd, eindigde toen hij door Sallum werd vermoord (2 Kon. 15:8-12). Zacharia’s vader stierf in 803 v.G.T., in het 27ste jaar van Uzzia’s regering (2 Kon. 14:29), maar tot de genoemde zes maanden durende regering van Zacharia, die in het 38ste en 39ste jaar van Uzzia (792/791 v.G.T.) viel, verstreken ongeveer 11 jaar (2 Kon. 15:8, 13). De oorzaak zou kunnen zijn dat hij nog erg jong was toen zijn vader overleed, of dat er aanzienlijke tegenstand (kenmerkend voor het noordelijke koninkrijk Israël) overwonnen moest worden voordat hij stevig in het koningschap bevestigd was.

3. Een profeet uit de tijd na de ballingschap en schrijver van het boek dat zijn naam draagt. Zacharia noemt zichzelf „de zoon van Berechja, de zoon van Iddo” (Zach. 1:1, 7), maar wanneer er elders melding van hem wordt gemaakt, wordt deze middelste schakel weggelaten (Ezra 5:1; 6:14; Neh. 12:4, 16). Zacharia werd waarschijnlijk ergens in Babylon geboren, want hij begon zijn werk als profeet slechts 16 jaar na de terugkeer uit ballingschap, en men mag aannemen dat hij toen ouder was dan 16 jaar, hoewel hij nog steeds een „jonge man” werd genoemd. — Zach. 2:4.

Zacharia en Haggaï werden door Jehovah gebruikt om Zerubbabel, de hogepriester Jesua en de teruggekeerde ballingen aan te sporen de herbouw van Jehovah’s tempel te voltooien, ook al was er nog steeds een verbod van de Perzische regering van kracht (Ezra 5:1, 2; 6:14, 15). Zacharia’s profetie bevat boodschappen die hij gedurende een periode van twee jaar en een maand juist met dat doel overbracht (Zach. 1:1, 7; 7:1, 8). Andere profetische activiteiten van hem staan niet opgetekend. — Zie ZACHARIA, HET BOEK.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen