UZ
[raad, plan].
Vaderland van Job (Job 1:1), waar vermoedelijk oorspronkelijk Uz, de zoon van de Semiet Aram, en zijn nakomelingen zich hebben gevestigd (Gen. 10:22, 23). De precieze ligging is niet bekend. Volgens Josephus „grondvestte Us [Uz] Trachonitis en Damascus” (De joodse geschiedenis, I, vi, 4). Enkele geografen lokaliseren Uz daarom in de omgeving van het Haurangebergte, maar de meeste pleiten nu voor een meer zuidelijke ligging. Uz lag naar het schijnt in de buurt van Edom, waardoor het grondgebied van de Edomieten later tot in Uz kon worden uitgebreid, of althans sommige Edomieten later in het „land Uz” konden wonen, zoals in Klaagliederen 4:21 te kennen wordt gegeven. Jeremia kreeg de opdracht de beker van Gods gramschap aan „alle koningen van het land Uz” te overhandigen, en de onmiddellijke context maakt tevens melding van Filistea, Edom, Moab en Ammon (Jer. 25:15, 17, 20, 21). Jobs vaderland stond bloot aan invallen van de Sabeeërs (vanuit het Z.) en de Chaldeeën (vanuit het O.) (Job 1:15, 17). Te zamen genomen wijzen deze factoren op een ligging ten O. van het Beloofde Land en in de buurt van Edom, ergens in Noord-Arabië.