TYCHIKUS
(Tychikus) [fortuinlijk; gelukkig].
Een van Paulus’ medewerkers, een „geliefde broeder en getrouwe dienaar en medeslaaf in de Heer” uit het district Asia (Kol. 4:7). Tychikus behoorde tot het reisgezelschap van Paulus dat met hem uit Griekenland via Macedonië naar Klein-Azië terugkeerde; maar of hij al dan niet helemaal tot Jeruzalem meegegaan is, wordt niet vermeld (Hand. 20:2-4). Van Tychikus is wel geopperd dat hij „de broeder” was die tijdens zijn verblijf in Griekenland Titus hielp de inzameling voor de broeders in Judea te organiseren, hoewel de mening bestaat dat het ook iemand anders geweest zou kunnen zijn (2 Kor. 8:18, 19; 12:18). Vanuit zijn gevangenis in Rome zond Paulus Tychikus naar Efeze en Kolosse met brieven waarin hij beloofde dat Tychikus hun meer zou vertellen over zijn aangelegenheden en hen zou vertroosten; in de brief aan de Kolossenzen wordt nog vermeld dat Onesimus hem zou vergezellen (Ef. 6:21, 22; Kol. 4:7-9). Na zijn vrijlating uit de gevangenis overwoog Paulus om Artemas of Tychikus naar Kreta te zenden (Tit. 3:12). Toen de apostel zich voor de tweede maal in Rome in de gevangenis bevond, stuurde hij Tychikus naar Efeze. — 2 Tim. 4:12.