Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 306
  • Donder

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Donder
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Donder
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Donder, Zonen van de
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Spectaculaire luchtshows
    Ontwaakt! 1989
  • Ze werden „Zonen van de donder” genoemd
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2011
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 306

DONDER.

Het dreunende geluid dat op de bliksem volgt. De donder ontstaat door de plotselinge uitzetting van de lucht, die door de bliksem, een elektrische ontlading, verhit is; daarbij wordt de lucht met explosieve kracht uit de bliksembaan weggedrongen en slaat dan weer terug. — Job 28:26; 38:25.

Het Hebreeuwse woord ra·‛amʹ betekent „razen, bulderen, donderen” en wordt soms gebruikt in verband met Jehovah (1 Sam. 2:10; 2 Sam. 22:14; Ps. 18:13), Degene die zich nu en dan van de donder heeft bediend om zijn wil te volvoeren. In de dagen van Samuël bijvoorbeeld bracht Jehovah de Filistijnen met behulp van de donder in verwarring (1 Sam. 7:10; vergelijk Jesaja 29:6). Een ander Hebreeuws woord, qōl, dat soms met „donder” wordt vertaald (1 Sam. 12:17, 18), is afgeleid van een grondwoord dat „roepen, luid spreken, zeggen” betekent. Afhankelijk van de context kan qōl ook met „geluid” (Ex. 28:34, 35; 1 Sam. 15:14), „geschal” (2 Sam. 6:15) of met „stem” (Deut. 21:18; 1 Kon. 19:12) worden weergegeven.

Het ontzagwekkende geluid van de donder wordt met de stem van Jehovah in verband gebracht (Job 37:4, 5; 40:9; Ps. 29:3-9). Toen zekere joden Jehovah vanuit de hemel tot Jezus hoorden spreken, meenden sommige dat het had gedonderd, terwijl andere dachten dat zij de stem van een engel hadden gehoord (Joh. 12:28, 29; vergelijk Openbaring 6:1; 14:2; 19:6). Zoals het rollen van de donder vaak de voorbode van een naderende storm is, kunnen „donderslagen”, zoals in Openbaring 8:5; 10:3, 4 en 16:18, op goddelijke waarschuwingen duiden.

Voor de joden aan de voet van de berg Sinaï was de donder die zij hoorden, een manifestatie van Gods tegenwoordigheid (Ex. 19:16; vergelijk Openbaring 4:5; 11:19). Hetzij op deze gebeurtenis of op de wolkkolom (een plaats van de donder) door middel waarvan God Israël leidde, zinspeelt de psalmist met de woorden: „Ik [Jehovah] ging u antwoorden in de schuilplaats van de donder.” — Ps. 81:7.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen