ZIJDE.
Zijde wordt door verschillende soorten rupsen geproduceerd, vooral door de echte zijderups. Deze rups voedt zich met moerbeibladeren en scheidt voor het vormen van haar cocon een vloeistof af die tot fijne draden verhardt. Zijde is van alle natuurvezels het sterkst en wordt al sinds bijbelse tijden gebruikt voor het vervaardigen van prachtige, fijne weefsels. Men heeft in de graven van een Fenicische begraafplaats bij Sabratha in het Libische district Melita zijden stoffen gevonden die volgens archeologen meer dan 2200 jaar geleden zijn geweven.
De zijdecultuur schijnt in China te zijn ontstaan en zich van daar uit naar andere landen, zoals India, te hebben verspreid. De Grieken noemden zijde seʹri·kon; zij brachten zijde dus in verband met de „Seres” (die gewoonlijk met de Chinezen worden geïdentificeerd). De Schrift noemt zijde als een van de kostbare artikelen die „Babylon de Grote” van kooplieden kocht. — Openb. 18:2, 11, 12.