SISAK
(Sisak).
Een Egyptische koning, uit Egyptische annalen bekend als Sjesjonk (I). Sisak, die als de stichter van de „Libische dynastie” wordt beschouwd, zou ongeveer 21 jaar geregeerd hebben. Zijn zoon Osorkon (I) volgde hem op de troon op.
Toen Jerobeam naar Egypte vluchtte om aan de toorn van koning Salomo te ontkomen, regeerde Sisak daar (1 Kon. 11:40). Enkele jaren later, in het vijfde jaar van Salomo’s opvolger Rehabeam (993/992 v.G.T.), viel Sisak met een sterke krijgsmacht van wagens en ruiters Juda binnen. Hij veroverde versterkte steden in Juda en kwam tot aan Jeruzalem. Maar Jehovah stond hem niet toe Jeruzalem te verwoesten, want Rehabeam en de vorsten van Juda verootmoedigden zich nadat zij een boodschap van de profeet Semaja hadden ontvangen. Sisak beroofde de stad evenwel van haar schatten. — 2 Kron. 12:1-12.
Er bestaat archeologisch bewijsmateriaal voor Sisaks veldtocht in Palestina. Op een te Megiddo gevonden fragment van een stèle wordt Sjesjonk (Sisak) genoemd, wat doet vermoeden dat de stèle daar ter herinnering aan zijn overwinning werd opgericht. Verder worden op een reliëf op een tempelmuur te Karnak (het noordelijke deel van de oude Egyptische stad Thebe) meer dan 150 steden of dorpen vermeld die Sisak veroverd heeft. Een aanzienlijk aantal van de plaatsen die met bijbelse plaatsen geïdentificeerd konden worden, bevond zich in het gebied van het tienstammenrijk. Dit zou erop wijzen dat Sisak de veldtocht niet ondernam om het tienstammenrijk te hulp te komen, maar om de macht en invloed van Egypte uit te breiden.
[Illustratie op blz. 1413]
Reliëf op een tempelmuur in Karnak met een lijst van door Sjesjonk (I) (Sisak) veroverde Palestijnse en Syrische steden, voorgesteld als gevangenen die door de god Amon weggevoerd worden