SALMAN
(Salman).
De gewelddadige plunderaar van het huis van Arbel, die door Hosea in zijn tegen het ontrouwe noordelijke koninkrijk Israël gerichte profetie wordt genoemd. Hoewel noch Salman noch Arbel elders in de bijbel worden genoemd, doet Hosea’s terloopse doch nadrukkelijke vermelding van hen vermoeden dat dit voorval de toehoorders blijkbaar nog vers in het geheugen lag. — Hos. 10:14.
Tiglatpileser III (Tiglath-Pileser) maakt in zijn Annalen melding van een vorst van Moab genaamd Salamanu, maar er is geen historische basis op grond waarvan men hem in verband kan brengen met een „gewelddadige plundering” in Israël.
Men neemt daarom algemeen aan dat Salman een afkorting is van „Salmaneser”, de naam van vijf Assyrische koningen. Salmaneser V is waarschijnlijk degene die in dit geval het meest voor de hand ligt, want hij viel tegen het einde van de tijd waarin Hosea profeteerde, Israël binnen en belegerde Samaria.