SENIR
(Senir) [mogelijk: maliënkolder].
De Amoritische naam van de berg Hermon (Deut. 3:9). Aangezien in 1 Kronieken 5:23 gesproken wordt over „Senir en de berg Hermon”, werd de naam „Senir” wellicht ook gebruikt als aanduiding van een gedeelte van de berg Hermon of de Anti Libanon. Senir was een gebied dat jeneverstammen leverde (Ezech. 27:5), en er huisden leeuwen en luipaarden (Hoogl. 4:8). Een Assyrische inscriptie beschrijft Senir (Sa-ni-roe) als „een bergtop tegenover de Libanon”. — Zie HERMON.