Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 1310
  • Redder

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Redder
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Redder
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Hoeveel redders hebt u?
    Ontwaakt! 1977
  • Redding
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Redding
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 1310

REDDER.

Iemand die anderen van gevaar bevrijdt of voor de vernietiging behoedt. Jehovah wordt als de voornaamste Redder, de enige bron van bevrijding, geïdentificeerd (Jes. 43:11; 45:21). Telkens weer trad hij als Redder en Bevrijder van Israël op (Ps. 106:8, 10, 21; Jes. 43:3; 45:15; Jer. 14:8). Hij redde niet alleen de natie, maar ook afzonderlijke personen die hem dienden (2 Sam. 22:1-3). Vaak redde hij door bemiddeling van mannen die hij als redders verwekte (Neh. 9:27). Gedurende de periode van de rechters koos God deze speciale redders uit en maakte hen bekwaam om Israël van de onderdrukking door andere natiën te bevrijden (Recht. 2:16; 3:9, 15). Zolang de rechter leefde, hielp hij Israël op de rechte weg te blijven, waardoor zij van hun vijanden werden bevrijd (Recht. 2:18). Tijdens Jezus’ verblijf op aarde was Jehovah zijn Redder, die hem steunde en sterkte opdat hij gedurende zijn zware beproevingen aan zijn rechtschapenheid kon vasthouden. — Hebr. 5:7; Ps. 28:8.

Jehovah trad niet alleen als Redder op, maar ook als „Terugkoper” (Jes. 49:26; 60:16). In het verleden verloste hij zijn volk Israël uit gevangenschap. Hij bevrijdt christenen van de slavernij aan de zonde doordat hij hen door bemiddeling van zijn Zoon Jezus Christus, Jehovah’s voorziening voor redding, terugkoopt (1 Joh. 4:14), waardoor Jezus als „Voornaamste Gevolmachtigde en Redder” verhoogd wordt (Hand. 5:31). Daarom kan Jezus Christus terecht „onze Redder” worden genoemd, ook al bewerkt hij de redding in opdracht van Jehovah (Tit. 1:4; 2 Petr. 1:11). De naam Jezus, die op aanwijzing van een engel aan Gods Zoon werd gegeven, betekent „Jehovah is redding”, want de engel zei: „Hij zal zijn volk van hun zonden redden” (Matth. 1:21; Luk. 1:31). Deze naam laat uitkomen dat Jehovah de Bron van redding is, die door bemiddeling van Jezus tot stand wordt gebracht. Om deze reden worden de Vader en de Zoon in verband met redding samen genoemd. — Tit. 2:11-13; 3:4-6.

Door bemiddeling van Jezus Christus redt Jehovah „alle soorten van mensen” (1 Tim. 2:4; 4:10) van zonde en dood (Rom. 8:2), van Babylon de Grote (Openb. 18:2, 4), van deze wereld, die door Satan wordt beheerst (Joh. 17:16; Kol. 1:13), en van de vernietiging en de eeuwige dood (Openb. 7:14-17; 21:3, 4). In Openbaring 7:9, 10 wordt getoond hoe een „grote schare” redding aan God en aan het Lam toeschrijft.

Het loskoopoffer is de basis voor redding, en als Koning en eeuwige Hogepriester heeft Christus Jezus de autoriteit en de macht „om degenen die door bemiddeling van hem tot God naderen, volledig te redden” (Hebr. 7:23-25; Openb. 19:16). Hij is een „redder van dit lichaam”, de gemeente van zijn gezalfde volgelingen, en ook van allen die in hem geloof oefenen. — Ef. 5:23; 1 Joh. 4:14; Joh. 3:16, 17.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen