Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 1373-1374
  • Sargon

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Sargon
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Sargon
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Het wrede Assyrië — de tweede grote wereldmacht
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
  • Assyrië
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vertrouw op Jehovah voor leiding en bescherming
    Jesaja’s profetie — Licht voor de hele mensheid I
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 1373-1374

SARGON

(Sargon) [de legitieme koning, of: de aangestelde koning].

De opvolger van Salmaneser V als koning van Assyrië. Historici verwijzen naar hem als Sargon II. Een eerdere koning, niet van Assyrië maar van Babylon, werd aangeduid als Sargon I.

Men neemt algemeen aan dat het begin van Sargons regering samenviel met de val van Samaria, in het zesde jaar van de regering van de Judese koning Hizkia (740 v.G.T.), en vaak wordt de voltooiing van de door Salmaneser V begonnen verovering van de stad aan Sargon toegeschreven (2 Kon. 18:10). Het in 2 Koningen 17:1-6 opgetekende verslag over Samaria’s val noemt alleen Salmaneser (V) met name. Salmaneser wordt weliswaar specifiek genoemd wanneer hij Hosea schatplichtig aan Assyrië maakt, maar zijn naam wordt in de daaropvolgende verzen niet herhaald, en in de beschrijving van de latere belegering en deportatie van de Israëlieten wordt slechts over de „koning van Assyrië” gesproken. In het parallelle verslag in 2 Koningen 18:9 wordt over Salmaneser gezegd dat hij op zijn minst een begin heeft gemaakt met de belegering van Samaria, maar vers 10 zegt: „En na verloop van drie jaar namen zij het ten slotte in.” Het bijbelse verslag zegt dus niet uitdrukkelijk dat Salmaneser de verovering van Samaria voltooide, en laat de mogelijkheid open dat Sargon dit deed.

In wereldlijke verslagen, zoals in de Oxford Bible Atlas (1962, blz. 27, 28), wordt gezegd: „Sargons eigen berichten stemmen niet overeen, en de bewering dat hij Samaria in het eerste jaar van zijn regering verwoest zou hebben, is afkomstig uit de laatste editie van zijn annalen, die bij opgravingen in zijn hoofdstad Dur-Sarrukin (Chorsabad) gevonden werden. Sommige geleerden zijn van mening dat niet Sargon, maar Salmaneser V Samaria heeft veroverd, zoals de bijbelse tekst (2 Kg. 17.1-6) te kennen schijnt te geven.”

De regering van Sargon werd gekenmerkt door een voortdurende strijd om het behoud van de onbeperkte hegemonie van Assyrië over de onderworpen gebieden. Na Sargons troonsbestijging kwamen de Babyloniërs onder Merodach-Baladan, met steun van Elam, in opstand. Sargon voerde in Der oorlog tegen hen, maar was kennelijk niet in staat de opstand neer te slaan. Er zij opgemerkt dat wij hier opnieuw een voorbeeld hebben hoe onverstandig het is veel vertrouwen te stellen in deze wereldlijke verslagen en ze zelfs in waarde gelijk te stellen met het bijbelse verslag. In zijn inscripties beweert Sargon dat hij in de bovengenoemde strijd de volledige overwinning heeft behaald, maar de „Babylonische kroniek” zegt dat de Elamieten de Assyriërs versloegen, en in een geschrift van Merodach-Baladan wordt pochend gezegd dat hij ’de Assyrische horden overwon en hun wapens verpletterde’. In het boek Ancient Iraq (blz. 258) wordt opgemerkt: „Amusant detail: Merodach-Baladans inscriptie werd gevonden in Nimroed, waarheen Sargon ze vanuit Uruk had gebracht . . . en daar verving door een kleicilinder die zijn eigen en natuurlijk volledig andere versie van de gebeurtenis bevatte. Dit laat zien dat politieke propaganda en ’koude oorlog’-methoden niet iets bijzonders van onze tijd zijn.”

Sargon had meer succes tegen een coalitie die uit de koning van Hamath, de koning van Damaskus en andere bondgenoten bestond, want in een veldslag bij Karkar aan de Orontes behaalde hij de overwinning over hen. In 2 Koningen 17:24, 30 wordt over mensen uit Hamath gesproken die tot degenen behoorden die de „koning van Assyrië” in de steden van Samaria liet wonen in de plaats van de in ballingschap weggevoerde Israëlieten.

Volgens Sargons verslagen viel hij in zijn vijfde jaar Karkemis aan, een stad van commerciële en militaire betekenis aan de bovenloop van de Eufraat, en veroverde het. Daarna deporteerden de Assyriërs zoals gewoonlijk de inwoners van de stad en vervingen hen door buitenlanders. In Jesaja’s waarschuwing voor de Assyrische dreiging (Jes. 10:5-11) wordt Karkemis samen met Hamath en andere steden als voorbeeld aangehaald van de verpletterende macht van Assyrië. Later vertelt Sargon over de vestiging van Arabische stammen als kolonisten in Samaria.

In Assyrische verslagen wordt verteld dat Azuri, de koning van Asdod, deelnam aan een opstandige samenzwering tegen het Assyrische juk, en dat Sargon hem afzette en Azuri’s jongere broer in zijn plaats aanstelde. Er volgde weer een opstand, waarop Sargon een aanval tegen Filistea ondernam en „de steden Asdod, Gath (en) Asdudimmu belegerde en veroverde”. Het is blijkbaar bij deze gelegenheid dat de bijbel Sargon in Jesaja 20:1 rechtstreeks met name noemt.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen