ROEST.
De roodbruine, poreuze, korrelige bedekking die door de inwerking van vochtige lucht op ijzer ontstaat; bij uitbreiding, de laag die zich als een corrosieprodukt op verscheidene andere metalen vormt. Bij ijzer spreekt men over roest, en bij koper en zilver over corrosie; zelfs goud kan door bepaalde zuren of elementen aangetast worden. Het Hebreeuwse woord chel·’ahʹ, dat vertaald is met „roest” (NW; WV) of „schuim” (SV), is afgeleid van een woord dat „ziek” betekent, en duidt derhalve op „roest” of corrosie van metaal (Ezech. 24:6, 11, 12). Het Griekse woord broʹsis betekent „het eten [als handeling], het verteren” (Matth. 6:19, 20), terwijl iʹos zowel „gif” (Rom. 3:13; Jak. 3:8) als „roest” betekent. — Jak. 5:3.
Jezus Christus zei in zijn Bergrede: „Vergaart u niet langer schatten op de aarde, waar mot en roest [broʹsis] ze verteren en waar dieven inbreken en stelen. Vergaart u veeleer schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze verteren en waar dieven niet inbreken en stelen” (Matth. 6:19, 20). Materiële rijkdommen die slechts opgehoopt maar niet gebruikt worden, zijn niemand tot nut; wanneer ze ongebruikt worden gelaten, kunnen ze gaan roesten en ten slotte zelfs voor hun bezitter geen waarde meer hebben. Ja, het is zoals Jakobus bij wijze van waarschuwing zegt tot rijke mensen die op hun materiële rijkdom vertrouwen: „Uw rijkdom is verrot . . . Uw goud en zilver is weggeroest, en hun roest [iʹos] zal tot een getuigenis tegen u zijn en uw vleesdelen verteren. Iets wat gelijk is aan vuur hebt gij in de laatste dagen opgestapeld” (Jak. 5:2, 3). In plaats van hun rijkdom op de juiste wijze te gebruiken, houden zij die op onrechtvaardige wijze terug. Hoe langer rijkdommen onbenut blijven, des te meer verroesten ze en des te groter wordt het getuigenis dat voor de oordeelstroon van God tegen de bezitters ervan wordt opgestapeld. Jezus deed anderen niet de aanbeveling hun materiële rijkdom onbenut te laten, doch raadde veeleer aan er een juist gebruik van te maken, toen hij zei: „Maakt u vrienden door middel van de onrechtvaardige rijkdom, opdat wanneer deze u ontvalt, zij u mogen ontvangen in de eeuwige woonplaatsen.” — Luk. 16:9.