Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 1315-1316
  • Rehabeam

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Rehabeam
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Rehabeam
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Hij verspeelde zijn kans op Gods gunst
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2018
  • Het koninkrijk wordt verdeeld
    Leer van de verhalen uit de Bijbel
  • Het koninkrijk wordt verdeeld
    Mijn boek met bijbelverhalen
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 1315-1316

REHABEAM.

(Reha̱beam) [het volk is (heeft zich) uitgebreid, of: uitbreider van het volk].

Een zoon van Salomo bij zijn Ammonitische vrouw Naäma. In 997 v.G.T., toen hij 41 jaar was, volgde hij zijn vader als koning op en regeerde 17 jaar (1 Kon. 14:21; 1 Kron. 3:10; 2 Kron. 9:31). Rehabeam was de laatste koning van de verenigde monarchie en de eerste regeerder van het zuidelijke tweestammenrijk Juda en Benjamin, want kort nadat hij te Sichem door heel Israël tot koning was gekroond, viel het verenigde koninkrijk van David en Salomo in twee delen uiteen. Zoals Jehovah bij monde van de profeet Ahia had voorzegd, rukten tien stammen zich van Rehabeam los en maakten Jerobeam tot hun koning. — 1 Kon. 11:29-31; 12:1; 2 Kron. 10:1.

Dit geschiedde nadat een delegatie van het volk, met Jerobeam als hun woordvoerder, Rehabeam had gesmeekt het zware juk dat Salomo hun had opgelegd, wat te verlichten. Rehabeam wilde deze aangelegenheid met zijn raadslieden bespreken. Eerst raadpleegde hij de oudere mannen, die hem de raad gaven naar de smeekbede van het volk te luisteren en hun lasten te verlichten, want dan zou hij zich een wijs koning betonen en zou het volk hem liefhebben. Maar Rehabeam verwierp deze wijze raad en zocht de raad van de jonge mannen met wie hij was opgegroeid. Zij zeiden tot de koning dat hij zijn pink zo dik moest maken als de heupen van zijn vader door de last van hun juk te verzwaren en het volk met gesels te tuchtigen in plaats van met zwepen. — 1 Kon. 12:2-15; 2 Kron. 10:3-15; 13:6, 7.

Door deze arrogante, autoritaire houding van Rehabeam vervreemdde hij zich van het grootste deel van het volk. Juda en Benjamin waren de enige stammen die het huis van David bleven ondersteunen, en ook de priesters en de levieten van de beide rijken, alsmede afzonderlijke personen uit het tienstammenrijk, verleenden hun steun. — 1 Kon. 12:16, 17; 2 Kron. 10:16, 17; 11:13, 14, 16.

Toen daarna koning Rehabeam en Adoram (Hadoram), die over degenen ging die tot dwangarbeid waren verplicht, in het gebied van de afgescheidenen kwamen, werd Adoram gestenigd, maar de koning slaagde erin te ontkomen en zijn leven te redden (1 Kon. 12:18; 2 Kron. 10:18). Vervolgens bracht Rehabeam een leger van 180.000 man uit Juda en Benjamin op de been, want hij was vastbesloten de tien stammen met geweld onder zijn heerschappij te brengen. Maar bij monde van de profeet Semaja verbood Jehovah hen tegen hun broeders te strijden, aangezien God zelf de scheuring van het koninkrijk verordend had. Hoewel hierdoor een openlijke strijd op het slagveld werd verhinderd, bleef er gedurende al de dagen van Rehabeam vijandschap tussen de twee partijen bestaan. — 1 Kon. 12:19-24; 15:6; 2 Kron. 10:19; 11:1-4.

Een tijdlang hield Rehabeam zich tamelijk nauwgezet aan de wetten van Jehovah, en vroeg in zijn regering bouwde en versterkte hij een aantal steden, terwijl hij in enkele ervan voedselvoorraden opsloeg (2 Kron. 11:5-12, 17). Doch toen zijn koningschap stevig bevestigd was, wendde hij zich van de aanbidding van Jehovah af en bracht Juda ertoe — misschien onder invloed van de familie van zijn Ammonitische moeder — de afschuwelijke seksaanbidding te beoefenen (1 Kon. 14:22-24; 2 Kron. 12:1). Dit leidde er op zijn beurt toe dat Jehovah toornig werd en als een uitdrukking daarvan Sisak, de koning van Egypte, verwekte, die samen met zijn bondgenoten in het vijfde jaar van Rehabeams regering het land binnenviel en een aantal steden in Juda innam. Als Rehabeam en zijn vorsten zich niet berouwvol hadden verootmoedigd, zou zelfs Jeruzalem niet verschoond zijn gebleven. Sisak nam echter de schatten van de tempel en van het huis van de koning, met inbegrip van de gouden schilden die Salomo gemaakt had, als zijn buit mee. Rehabeam verving deze schilden toen door koperen schilden. — 1 Kon. 14:25-28; 2 Kron. 12:2-12.

Rehabeam huwde 18 vrouwen, o.a. Mahalath, een kleindochter van David, en Maächa, de kleindochter van Davids zoon Absalom. Maächa was zijn lievelingsvrouw en de moeder van Abia (Abiam), een van zijn 28 zonen en de vermoedelijke erfgenaam van de troon. Tot het gezin van Rehabeam behoorden ook nog 60 bijvrouwen en 60 dochters. — 2 Kron. 11:18-22.

Kort voor zijn dood op 58-jarige leeftijd en de troonsbestijging van Abia in 980 v.G.T. verdeelde Rehabeam veel geschenken onder zijn andere zonen, vermoedelijk om te verhinderen dat er na zijn dood opstand tegen Abia zou uitbreken (1 Kon. 14:31; 2 Kron. 11:23; 12:16). Rehabeams leven kan in grote trekken als volgt samengevat worden: „Hij deed wat kwaad was, want hij had zijn hart er niet standvastig op gericht Jehovah te zoeken.” — 2 Kron. 12:14.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen