Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 982
  • Lezen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Lezen
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Lezen
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Leg je toe op lezen
    Trek voordeel van de theocratische bedieningsschool
  • Voordeel trekken van dagelijks bijbellezen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
  • Hoe te lezen en te onthouden
    Handleiding voor de Theocratische Bedieningsschool
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 982

LEZEN.

Sedert de vroegste tijden zijn mensen in lezen geïnteresseerd geweest. Getrouwe dienstknechten van God zoals Abraham, Isaäk, Jakob, Jozef, Mozes en anderen stelden belang in Gods beloften en in zijn handelwijze en maakten zich ermee vertrouwd door erover te lezen en doordat zij erover hoorden van hun voorvaders. De natie Israël werd tot lezen en schrijven aangemoedigd. — Deut. 6:6-9.

Jozua, Mozes’ opvolger, kreeg als leider van Israël het gebod regelmatig, „dag en nacht”, in de Schrift te lezen, om zich met succes te kunnen kwijten van de toewijzing die God hem gegeven had. Teneinde Jozua te doordringen van de belangrijkheid van Gods Woord, en ongetwijfeld ook als hulp om het in zijn geest te prenten, moest hij „met gedempte stem” lezen. — Joz. 1:8.

De koningen van Israël kregen van God het gebod zich een afschrift van Gods wet te maken en er dagelijks in te lezen (Deut. 17:18, 19). Hun nalatigheid om zich aan dit gebod te houden, droeg ertoe bij dat de ware aanbidding in het land veronachtzaamd werd, wat een algemeen zedelijk verval tot gevolg had dat in 607 v.G.T. tot de verwoesting van Jeruzalem leidde.

Jezus had in de synagogen toegang tot alle ge-inspireerde boekrollen van de Hebreeuwse Geschriften, en zoals wordt bericht, las hij er bij één gelegenheid in het openbaar uit voor en bracht hij de tekst op zichzelf van toepassing (Luk. 4:16-21). En toen Jezus driemaal door Satan verzocht werd, luidde zijn antwoord in alle drie de gevallen: „Er staat geschreven” (Matth. 4:4, 7, 10). Klaarblijkelijk was hij goed bekend met de Schrift.

De apostelen, die secundaire fundamentstenen waren van de geestelijke tempel, de christelijke gemeente, beschouwden het lezen van de Schrift als onontbeerlijk voor hun bediening. Zij deden in hun geschriften honderden aanhalingen uit de Hebreeuwse Geschriften of verwezen ernaar en waren er voorstanders van dat anderen ze lazen (Hand. 17:11). De joodse regeerders bemerkten dat Petrus en Johannes ongeletterde en gewone mensen waren (Hand. 4:13). Dit wilde echter niet zeggen dat zij niet konden lezen en schrijven; daarvan getuigen de door deze apostelen geschreven brieven. Zij waren echter niet opgeleid aan een hogere school van de joden, aan de voeten van de schriftgeleerden. Om overeenkomstige redenen waren de joden verbaasd over de kennis van Jezus, daar hij, zoals zij zeiden, „niet op de scholen heeft gestudeerd” (Joh. 7:15). Dat lezen in die tijd wijdverbreid was, blijkt uit het verslag over de Ethiopische eunuch, een proseliet, die de profeet Jesaja las en die daarom door Filippus aangesproken werd. De eunuch werd voor zijn belangstelling voor Gods Woord beloond doordat hij het voorrecht kreeg een volgeling van Christus te worden. — Hand. 8:27-38.

De bijbel noemt veel voordelen op die uit het lezen van de Schrift voortvloeien. Het maakt bijvoorbeeld nederig (Deut. 17:19, 20), gelukkig (Openb. 1:3) en helpt de lezer de vervulling van bijbelse profetieën te onderscheiden (Hab. 2:2, 3). Hij waarschuwt zijn lezers selectief te zijn ten aanzien van lectuur: niet alle boeken zijn opbouwend en verkwikkend voor de geest. — Pred. 12:12.

Zonder de hulp van Gods geest is het onmogelijk Gods Woord werkelijk te begrijpen en er inzicht in te krijgen (1 Kor. 2:9-16). Om begrip van Gods Woord te verkrijgen en er anderszins profijt van te trekken, moet men het gaan lezen met een open geest en elk vooroordeel of elke vooropgezette mening opzij zetten; anders zal het begrip versluierd zijn, zoals het geval was bij de joden die het goede nieuws dat Jezus predikte, verwierpen (2 Kor. 3:14-16). Oppervlakkig lezen is niet voldoende. De lezer moet zich er met hart en ziel op toeleggen, volledig opgaan in de bestudering van de stof en er diep over mediteren. — Spr. 15:28; 1 Tim. 4:13-16; Matth. 24:15; zie VOORLEZEN.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen