RABMAG
(Ra̱bmag) [mogelijk: hoofdvorst of oppermagiër].
Ten tijde van de verwoesting van Jeruzalem in 607 v.G.T. de titel van een hoge beambte van het Babylonische Rijk. De titel heeft men kunnen thuisbrengen op blootgelegde monumenten. De Rabmag Nergal-Sarezer behoorde tot het uit hoge Babylonische vorsten bestaande bijzondere tribunaal dat nadat Jeruzalem door Nebukadnezar ingenomen was, zitting had in het gerecht dat in de Middenpoort van de stad plaats nam. Nergal-Sarezer wordt ook genoemd in verband met Jeremia’s vrijlating om naar Gedalja te gaan. — Jer. 39:3, 13, 14.