Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 1196
  • Othniël

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Othniël
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Othniël
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Hathath
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Kaleb
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Kenaz
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 1196

OTHNIËL

(O̱thniël) [misschien: God is kracht; een samenstelling van El (God) en een woord (Othni) dat alleen in 1 Kronieken 26:7 voorkomt en schijnbaar is afgeleid van een grondwoord dat „geweld aandoen” betekent].

De eerstgenoemde rechter van Israël na Jozua. Othniël was „de zoon van Kenaz, de jongere broer van Kaleb” (Recht. 1:13; 3:9; Joz. 15:17). Volgens de grammaticale zinsconstructie zou zowel Othniël als Kenaz de jongere broer van Kaleb geweest kunnen zijn, maar in overeenstemming met andere schriftplaatsen moet Othniël als Kalebs neef, de zoon van Kalebs broer Kenaz, worden beschouwd. Daarom staat in enkele vertalingen: „Othniël, de zoon van Kalebs jongere broer Kenaz” (GNB; AT). Bovendien was Kaleb „de zoon van Jefunne” en kon derhalve niet, zoals Othniël, een zoon van Kenaz zijn. — Num. 32:12; 1 Kron. 4:15.

Aangezien Othniël de Kanaänitische vesting Debir innam, mocht hij met Achsa, de dochter van Kaleb, trouwen. Achsa’s vader Kaleb had haar ten huwelijk beloofd aan degene die de stad zou veroveren (Joz. 15:16-19; Recht. 1:11-15). Othniël had een zoon genaamd Hathath en stichtte een familie die in de stam Juda bleef voortbestaan. Jaren later werd een nakomeling uit deze familie gekozen om tijdens de regering van David een overste van een 24.000 man tellende afdeling te zijn. — 1 Kron. 4:13; 27:1, 15.

De eerste periode waarin de Israëlieten wegens hun ongehoorzaamheid door buitenlandse koningen werden onderdrukt, duurde acht jaar. Toen zij „tot Jehovah om hulp” riepen, verwekte hij Othniël om hen te bevrijden, en daar Jehovah’s geest op hem rustte, versloeg Othniël Kuschan-Rischataïm, „de koning van Syrië”. Othniël voerde het algemene opzicht uit en trof rechterlijke beslissingen voor zijn broeders. — Recht. 3:8-11.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen