ONICHE
(oni̱che) [nagel, klauw, huls, deksel, of dat wat loshangt (neerhangt)].
Een bestanddeel van het reukwerk dat exclusief voor gebruik in het heiligdom bestemd was (Ex. 30:34-37). Volgens sommigen werd oniche verkregen uit de sluitkleppen van bepaalde mosselen. Aangezien dit bestanddeel echter voor een heilig doel werd gebruikt, zijn anderen van mening dat het niet van een onrein dier afkomstig was, maar een plantaardig produkt geweest moet zijn.