NEAPOLIS
(Nea̱polis) [nieuwe stad].
Een stad in Griekenland aan het noordelijke einde van de Egeïsche Zee die als haven van Filippi diende. Ze wordt algemeen in verband gebracht met het huidige Kavala. Deze stad ligt op een rotsachtig voorgebergte boven aan de Golf van Kavala. Haar haven bevindt zich aan de westzijde en Kavala zelf ligt ongeveer 15 km ten Z.O. van de ruïnes van Filippi. Uit Latijnse inscripties blijkt dat de stad in de Romeinse tijd afhankelijk was van Filippi, en de zich daar bevindende gedeelten van een aquaduct schijnen door de Romeinen gebouwd te zijn. De door de Romeinen gebouwde Via Egnatia verbond Neapolis met Filippi en liep westwaarts helemaal tot aan Durazzo (Durrës) aan de Adriatische Zee.
Toen de apostel Paulus gehoor gaf aan de oproep ’naar Macedonië over te komen’, was Neapolis de plaats waar hij voor het eerst Europese grond betrad. Vandaar ging hij naar Filippi, wat hem mogelijk drie of vier uur kostte, want hij moest de bergketen tussen de twee steden oversteken (Hand. 16:9-11). Ongeveer zes jaar later kwam Paulus ongetwijfeld weer door Neapolis. — Hand. 20:6.