MALLUCHI
(Mallu̱chi) [mijn raadgever].
De naam van een priestergeslacht waarvan een vertegenwoordiger in de dagen van de hogepriester Jojakim en in de dagen van Ezra en van de stadhouder Nehemia dienst verrichtte. — Neh. 12:12, 14, 26.
De naam „Malluchi” staat in de masoretische tekst met de qere of kanttekening dat hij gelezen moet worden als „Melichu”, welke vorm men o.a. in de Statenvertaling aantreft. In verscheidene oude Griekse handschriften, waaronder het Vaticaanse handschrift nr. 1209, het Alexandrijnse en het Sinaïtische handschrift (alsook de uitgave van de Lagarde) staat „Malluch”, hetgeen volgens sommige geleerden de oorspronkelijke vorm is. Deze geleerden veronderstellen (hoewel daar geen bewijs voor is) dat de „i” (jōdh [י] in het Hebreeuws) aan het einde van de naam werd toegevoegd toen bij het afschrijven van het handschrift de eerste letter van het volgende woord per ongeluk werd herhaald.