MALUWE.
Een vertaling van het Hebreeuwse woord ’o·rothʹ (2 Kon. 4:39) of ’ō·rothʹ (Jes. 26:19), dat naar men aanneemt het meervoud is van ’ō·rahʹ, „licht” (Esth. 8:16; Ps. 139:12). Volgens de Lexicon in Veteris Testamenti Libros van Koehler en Baumgartner hebben de woorden ’o·rothʹ en ’ō·rothʹ betrekking op de dwergmaluwe (Malva rotundifolia). Deze identificatie is gebaseerd op het feit dat deze plant zeer lichtgevoelig is, vandaar misschien de Hebreeuwse aanduiding ’o·rothʹ, „licht[kruid]”. Ook is de vrucht ervan eetbaar, wat in overeenstemming is met 2 Koningen 4:39. De dwergmaluwe is een kruipplant met bijna ronde, ietwat gelobde, gezaagde bladeren en lange bladstelen. De bloemen zijn maar ongeveer 1,3 cm in doorsnede en variëren in kleur van bleekblauw tot wit. De platte, ronde slijmerige vruchten worden gewoonlijk „kaasjes” genoemd.