LOÏS
(Lo̱ïs) [beter, aangenaam].
De grootmoeder van Timotheüs en blijkbaar de moeder van zijn moeder Eunice. Dat zij niet zijn grootmoeder van vaderszijde was, wordt te kennen gegeven door de weergave in de Syrische Pesjitta, namelijk „moeder van uw moeder”. Loïs wordt door Paulus geprezen als een christelijke vrouw die een ’geloof zonder huichelarij’ had (2 Tim. 1:5). Klaarblijkelijk woonde de familie in Lystra (Hand. 16:1, 2). Uit een vergelijking van 2 Timotheüs 1:5 met 2 Timotheüs 3:15 valt op te maken dat zowel Loïs als Eunice Timotheüs in de Schrift hebben onderwezen.