Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 162-163
  • Been, poot

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Been, poot
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Been, poot
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
  • De benen van het paard
    Ontwaakt! 2014
  • Installatie
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 162-163

BEEN, POOT.

Bij de installatie van de priesterschap maakte de rechterpoot van de „ram der installatie” deel uit van het „beweegoffer” (Lev. 8:22, 25-27). Bij bepaalde offers werd de rechterachterpoot, blijkbaar het uitgelezen bovenste deel ervan, ook wel als een heilig deel aan de dienstdoende priester gegeven (Lev. 7:32-34; 10:12, 14, 15). De voorpoot, het „schouderstuk” (letterlijk de „arm”), wordt eveneens als een voor de priesters bestemd deel genoemd, en wel in Numeri 6:19 en Deuteronomium 18:3.

Insekten met „springpoten” waren de enige gevleugelde wemelende schepselen die door de Wet als rein werden aangeduid en dus gegeten mochten worden. — Lev. 11:21.

Jehovah zei profetisch tot Babylon: „Trek de sleeprok uit. Ontbloot het been. Doorwaad de rivieren” (Jes. 47:1, 2). In plaats van als verwende koningin bediend te worden moest zij, figuurlijk gesproken, haar benen tot aan de heup ontbloten om barrevoets als gevangene door de rivieren te waden waar haar overwinnaars haar doorheen zouden slepen.

Benen werden ook figuurlijk gebruikt om macht, menselijke snelheid of kracht af te beelden. In Psalm 147:10 lezen wij: „Niet in de kracht van het paard schept [Jehovah] behagen, noch zijn de benen van de man hem welgevallig.” In Spreuken 26:7 wordt naar kreupele benen verwezen als symbool van nutteloosheid of krachteloosheid.

Het schijnt een Romeinse gewoonte geweest te zijn om misdadigers die tot de dood aan de martelpaal waren veroordeeld, de genadeslag te geven door hun benen te breken en aldus hun lijden te verkorten. Op verzoek van de joden braken de soldaten de benen van de mannen die naast Jezus Christus aan palen waren gehangen, maar toen zij zagen dat Jezus reeds dood was, braken zij zijn benen niet. Daardoor ging de profetie uit Psalm 34:20 in vervulling. — Joh. 19:31-36; vergelijk Exodus 12:46; Numeri 9:12.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen