RECHTERS (I).
Personen die verantwoordelijk waren om uitspraak te doen in rechterlijke kwesties. In Job 31:11, 28 wordt de zinsnede „ter attentie van de rechters” in een bijvoeglijke betekenis gebruikt ter beschrijving van dwalingen die rechterlijke aandacht vereisen. Derhalve staat in An American Translation „een afschuwelijke zonde” (vs. 11) en „een afschuwelijke misdaad” (vs. 28) in plaats van „een dwaling ter attentie van de rechters”. De „dwaling” waarover in vers 11 wordt gesproken, is overspel (vs. 9, 10), een misdaad die in Jobs tijd wellicht door de oudere mannen in de stadspoort berecht zal zijn. (Vergelijk Job 29:7.) De „dwaling” uit vers 28 houdt echter verband met materialisme en in het geheim beoefende afgoderij (vs. 24-27), dwalingen van de geest en het hart, die niet door getuigenverklaringen gestaafd kunnen worden. Menselijke rechters zouden derhalve geen schuld kunnen vaststellen. Doch Job erkende klaarblijkelijk dat God dergelijke dwalingen kon berechten en dat ze ernstig genoeg waren om voor zijn oordeel in aanmerking te komen.