Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 748-749
  • Jeneverboom

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Jeneverboom
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Jeneverboom
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Cipres
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Cipres
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Es
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 748-749

JENEVERBOOM.

1. [Hebreeuws: berōsjʹ].

De Hebreeuwse naam voor deze boom is op verschillende manieren vertaald, als „den”, „cipres” enz.; sommige lexicografen houden het echter op „jeneverboom”. Koning Salomo liet de boom importeren van de Libanon (1 Kon. 5:8-10; 9:11; 2 Kron. 2:8), zodat hij als identiek beschouwd mag worden met de Juniperus excelsa, een hoge, sterke, altijdgroene wijdvertakte boom, die wel 20 m hoog kan worden, met kleine schubvormige bladeren en donkergekleurde, bolvormige vruchtjes. Hij verspreidt een zeer aangename geur. Het hout van deze jeneverboom wordt om zijn duurzaamheid in hoge mate gewaardeerd.

De Juniperus excelsa is inheems in Libanon en wordt regelmatig met die landstreek in verband gebracht; zo wordt ze bijvoorbeeld te zamen met andere bomen „de heerlijkheid van de Libanon” genoemd (2 Kon. 19:23; Jes. 14:8; 37:24; 60:13). De psalmist sprak over de jeneverbomen als het „huis” van ooievaars, d.w.z. de plaats waar ze hun nest bouwen (Ps. 104:17). In de door Salomo gebouwde tempel werd in ruime mate gebruik gemaakt van jeneverhout (2 Kron. 3:5). De deurvleugels van de hoofdingang waren van jeneverhout gemaakt (1 Kon. 6:34) en de vloer was ermee bekleed (1 Kon. 6:15). Elders wordt gezegd dat het werd gebruikt voor daksparren (Hoogl. 1:17), scheepsplanken (Ezech. 27:5), speerschachten (Nah. 2:3) en muziekinstrumenten (2 Sam. 6:5). In de herstellingsprofetieën wordt de jeneverboom, een „lommerrijke boom”, gebruikt om de schoonheid en rijke vruchtbaarheid te beschrijven die aan het land van Gods volk zouden worden verleend. — Jes. 41:19; 55:13; 60:13.

2. [Hebreeuws: ‛arō·‛erʹ of ‛ar·‛arʹ]. Het Arabische woord ‛ar‛ar blijkt een hulp te zijn om vast te stellen dat het hier waarschijnlijk de Juniperus phoenicia betreft, een struikachtige boom die voorkomt in de landstreek van de Sinaï alsook in het woestijngebied van Edom. Het Hebreeuwse grondwoord waarvan de naam van de boom is afgeleid, houdt de gedachte in van „naaktheid” of „ontbloot” zijn (vergelijk Psalm 102:17), en over deze dwergjeneverboom wordt dan ook gezegd dat hij een nogal armetierige aanblik biedt in de rotsige delen van de woestijn en de steenachtige plaatsen waar hij groeit. Treffende toepassingen van deze eigenschap vindt men in het boek Jeremia, waar de man wiens hart zich van Jehovah afkeert, vergeleken wordt met een „eenzame boom [‛ar·‛arʹ] in de woestijnvlakte”, en ook wanneer de Moabieten wordt aangezegd dat zij op de vlucht moeten slaan en dienen „te worden als een jeneverboom [‛arō·‛erʹ] in de wildernis”. — Jer. 17:5, 6; 48:1, 6.

[Illustrtatie op blz. 749]

De schubvormige bladeren en donkere ronde vruchten zijn hier duidelijk te zien

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen