Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 853-854
  • Juda, wildernis van

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Juda, wildernis van
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Juda, Wildernis van
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Wildernis van Juda
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Wildernis van Juda
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • De wildernis van Juda — Dor maar fascinerend
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 853-854

JUDA, WILDERNIS VAN.

De dorre, over het algemeen onbewoonde oostelijke helling van het gebergte van Juda (Recht. 1:16). Dit 16 tot 24 km brede gebied begint niet ver ten O. van de Olijfberg en strekt zich ongeveer 80 km langs de westkust van de Dode Zee uit. Het bestaat hoofdzakelijk uit een door stroomdalen en ravijnen doorsneden bergland met gladde en kegelvormige kale heuvels van zachte kalk. Naar de Dode Zee toe worden de dalen tussen de kegelvormige heuvels tot rotsachtige ravijnen, en vanaf de zee kijkt men op steile rotswanden. Aangezien er over een afstand van 24 km een verval van ongeveer 1200 m optreedt, is deze wildernis tegen de regenrijke westenwinden afgeschermd en ontvangt daarom slechts een geringe regenval. Terzelfder tijd staat ze bloot aan de uit het O. waaiende droge winden. Wanneer het echter regent, storten de onstuimige watermassa’s zich door de anders droge stroomdalen, en gedurende de enkele weken van de regentijd brengt de wildernis schrale plantengroei voort.

David, die voor Saul naar de wildernis van Juda was gevlucht, beschreef haar als „een dor en uitgeput land, waar geen water is” (Ps. 63:1 en opschrift). In het hart van dit droge gebied zijn noch bronnen noch waterstromen te vinden. In scherpe tegenstelling hiermee vloeide de stroom die in Ezechiëls visioen uit de tempel kwam, door deze wildernis en hield de vele bomen langs zijn oevers in leven. — Ezech. 47:1-10.

Ongetwijfeld werd de „bok voor Azazel” op de jaarlijkse Verzoendag in de verlaten wildernis van Juda weggezonden, nadat hij vanuit de tempel in Jeruzalem daarheen was gebracht (Lev. 16:21, 22). In een deel van dit gebied ten N. van de Dode Zee begon Johannes de Doper in de 1ste eeuw G.T. zijn bediening (Matth. 3:1-6), en waarschijnlijk ergens in deze zelfde wildernis werd Jezus door de Duivel verzocht. — Matth. 4:1.

[Illustratie op blz. 854]

Davids beschrijving van de wildernis van Juda als „een dor en uitgeput land, waar geen water is”, is zeer passend. De grotten van deze wildernis boden niet alleen een schuilplaats aan vluchtelingen, maar waren ook een bergplaats voor waardevolle bijbelhandschriften.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen