Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 709-710
  • Jabes-Gilead

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Jabes-Gilead
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Jabes-Gilead
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Jabes
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Saul
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Zijn er bezwaren tegen crematie?
    Ontwaakt! 2009
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 709-710

JABES-GILEAD

(Ja̱bes-Gi̱lead).

Een oude stad in het stamgebied van Gad ten O. van de Jordaan. De precieze ligging is niet bekend, ofschoon de meeste geleerden het erover eens zijn dat het in de buurt lag van de rivier de Jabis (Jabes), hemelsbreed ongeveer 35 km ten Z. van de Zee van Galilea.

In de dagen van de rechters wordt er voor het eerst melding gemaakt van Jabes-Gilead, en wel in verband met de vergelding die de naburige stam Benjamin had ontvangen wegens het toelaten van grove immoraliteit (Recht. 21:8). Toen de Israëlieten destijds vrijwel de gehele stam Benjamin hadden uitgeroeid (slechts 600 mannen ontkwamen), stelden zij vast dat geen man van Jabes-Gilead aan deze gerechtvaardige bestraffing had deelgenomen. Men besloot derhalve dat alle mannen, vrouwen en kinderen van Jabes-Gilead, met uitzondering van de maagden, ter dood gebracht moesten worden. De 400 maagden die aldus werden gespaard, werden toen aan de gevluchte Benjaminieten tot vrouw gegeven teneinde de stam voor uitsterving te behoeden. — Recht. 20:1–21:14.

Ongeveer drie eeuwen later, toen heel Israël erop stond om net als de andere natiën een zichtbare koning te hebben, dreigden de Ammonieten elke mannelijke inwoner van Jabes-Gilead het rechteroog uit te steken, een dreiging die pas werd afgewend toen Saul een strijdmacht van 330.000 man op de been bracht en de Ammonieten op de vlucht dreef (1 Sam. 11:1-15). Veertig jaar later versloegen de Filistijnen de Israëlieten en hingen de onthoofde lichamen van Saul en zijn drie zonen aan de muur van het openbare plein in Beth-San. Op het horen van deze schanddaad voerden dappere mannen van Jabes-Gilead een gedurfde nachtelijke overval uit, verwijderden de lijken en brachten ze naar Jabes-Gilead, waar zij de lichamen verbrandden en het gebeente een eervolle begrafenis gaven. Daarna vastten zij zeven dagen. — 1 Sam. 31:8-13; 1 Kron. 10:8-12.

Omdat zij aldus liefderijke goedheid hadden betracht jegens de gevallen gezalfde van Israël, liet David als de pasgezalfde koning van Juda prijzende woorden en zegenwensen overbrengen aan de burgers van Jabes-Gilead (2 Sam. 2:4-7). Later liet David het gebeente van Saul en Jonathan uit Jabes-Gilead halen en in Sauls familiegrafstede in het gebied van Benjamin begraven. — 2 Sam. 21:12-14.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen