ONDERRICHT
[van het Hebreeuwse woord ja·rahʹ, onderrichten of onderwijzen; Grieks: pai·deuʹo, onderrichten, corrigeren, tuchtigen, streng onderrichten; ka·teʹche·o, mondeling onderwijzen, inlichten, onderrichten].
Jehovah is de Bron van onderricht (Jes. 2:3; Micha 4:2). De bijbel is zijn geschreven Leerboek (Ps. 119:105; 2 Tim. 3:16; Rom. 15:4). Jezus Christus is „de weg en de waarheid en het leven”; hij onderricht allen die door bemiddeling van hem tot de Vader naderen. — Joh. 14:6.
Ook het zogenoemde „boek der natuur” onderricht ons, voor zover wij het grondig bestuderen (Ps. 19:1-4; Rom. 1:20; 10:18). Job zei tot zijn metgezellen dat zij zich door de dierlijke schepping moesten laten onderrichten (Job 12:7, 8). Maar dit onderricht via de zichtbare schepping op zich kan de onderzoeker alleen dan Gods wijsheid verschaffen wanneer hij vrees voor Jehovah heeft — want de vrees voor Jehovah is ’het begin van kennis en wijsheid’ — en wanneer hij zijn studie van de geschapen dingen gepaard laat gaan met een beschouwing van Gods Woord. — Job 28:13-28; Spr. 1:7; Ps. 111:10; Spr. 30:5; Jes. 8:20.
Wil het onderricht volledig nut afwerpen, dan is daar volgens de Hebreeuwse en Griekse woorden correctie, tuchtiging en streng onderricht bij betrokken. Streng onderricht is niet altijd gemakkelijk te aanvaarden, maar wanneer men er gunstig op reageert, „werpt het . . . een vreedzame vrucht af, namelijk rechtvaardigheid” (Hebr. 12:7-11). Het onderricht van een liefdevolle onderwijzer zal ook opleiding door middel van zijn eigen voorbeeld omvatten. Maar als het de onderwijzer in de eerste plaats om het loon te doen is, zoals dat in de dagen van Micha met de priesters het geval was, kan noch een goed voorbeeld noch de juiste opleiding verwacht worden (Micha 3:11). En de onbetrouwbaarste bronnen van onderricht zijn afgodsbeelden, spiritisten, magiërs, waarzeggers, enz.; zich daartoe te wenden, betekent zich door Gods vijanden, de demonen, te laten onderrichten (Hab. 2:19; 1 Kor. 10:20; Jes. 8:19; 2:6; Openb. 22:15). De Schrift waarschuwt voor zulke bronnen van onderricht alsook voor wereldse filosofie. — Kol. 2:8; 1 Tim. 6:20.
De bijbel geeft te kennen dat er tijdens Christus’ duizendjarige regering boekrollen geopend zullen worden, aan de hand waarvan de mensheid onderricht en geoordeeld zal worden. — Openb. 20:12.