Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 584-585
  • Hebzucht

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hebzucht
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hebzucht
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Wees verstandig — mijd hebzucht
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
  • Begerigheid
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Pas op voor „elke soort van hebzucht”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2007
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 584-585

HEBZUCHT.

Onbeheerst, begerig verlangen; begerigheid. Hebzucht kan zich openbaren in liefde voor geld, begeerte naar macht of gewin, seksuele begeerte, vraat- en drankzucht of de zucht naar andere materiële dingen. De Schrift waarschuwt christenen voor deze verdorven karaktertrek en gebiedt hun niet langer om te gaan met iemand die zichzelf een christelijke „broeder” noemt, maar hebzuchtig is (1 Kor. 5:9-11). Hebzuchtige personen worden op één lijn gesteld met hoereerders, afgodendienaars, overspelers, mannen die er voor tegennatuurlijke doeleinden op na worden gehouden, dieven, dronkaards, beschimpers en afpersers, en het valt niet te ontkennen dat enkele van de dingen waaraan bovengenoemde individuen zich schuldig maken, over het algemeen juist door hebzuchtige personen worden beoefend. Wie zijn hebzucht niet kan bedwingen, zal Gods koninkrijk niet beërven (1 Kor. 6:9, 10). Toen de apostel Paulus dwaas gepraat en ontuchtig gescherts veroordeelde, gebood hij ook dat hoererij en onreinheid of hebzucht onder christenen „zelfs niet ter sprake” dienden te komen. Dit betekent derhalve dat christenen zulke praktijken niet alleen moeten vermijden, maar er ook niet ter bevrediging van het vlees over dienen te spreken. — Ef. 5:3; vergelijk Filippenzen 4:8.

Een man die belust is op oneerlijke winst komt in de christelijke gemeente niet voor het ambt van dienaar in de bediening in aanmerking (1 Tim. 3:8). Aangezien deze mannen een voorbeeld voor de gemeente moeten zijn, volgt daaruit dat hetzelfde beginsel voor alle leden van de gemeente geldt (1 Petr. 5:2, 3). Dit blijkt vooral uit de woorden van de apostel Paulus, die zei dat hebzuchtige personen Gods koninkrijk niet zouden beërven. — Ef. 5:5.

De Griekse woorden die in de christelijke Griekse Geschriften voor „hebzucht” en „begeerte” worden gebruikt, zijn nauw aan elkaar verwant. Jezus Christus zei dat hebzucht een mens verontreinigt (Mark. 7:20-23), en hij waarschuwde ervoor. Na deze waarschuwing vertelde hij de illustratie van de hebzuchtige rijke man, wiens rijkdom hem na zijn dood niet meer baatte omdat hij er geen zeggenschap meer over had. Bovendien bevond hij zich in de beklagenswaardige toestand dat ’hij niet rijk was met betrekking tot God’ (Luk. 12:15-21). Christenen wordt gezegd dat hun leven ’verborgen is met de Christus’ en dat zij derhalve hun lichaamsleden moeten doden ten aanzien van begerigheid, schadelijke verlangens en alle onreinheid. — Kol. 3:3, 5.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen