GROOTOUDERS.
Deze uitdrukking vindt men evenals „grootvader” en „grootmoeder” zelden in bijbelvertalingen. In 1 Koningen 15:10, 13 is „grootmoeder” de vertaling van hetzelfde woord voor „moeder” en is terecht zo weergegeven omdat Maächa Asa’s grootmoeder en niet zijn moeder was (1 Kon. 15:1, 2, 8). Blijkbaar bleef Maächa tijdens Asa’s regering de koningin-moeder totdat zij vanwege haar afgoderij uit haar waardigheid werd ontzet (1 Kon. 15:13). Op overeenkomstige wijze wordt een grootvader of voorvader nu en dan „vader” genoemd (Gen. 28:13). Grootouders worden ook aangeduid met uitdrukkingen als „de vader van uw moeder” en „moeders vader”. — Gen. 28:2; Recht. 9:1.
„Kinderen of kleinkinderen” zegt de apostel Paulus, dienen „een passende vergoeding aan hun ouders en grootouders [Grieks: proʹgo·nois] te blijven betalen” (1 Tim. 5:4). Een andere vorm van hetzelfde woord (proʹgo·non) wordt in 2 Timotheüs 1:3 met „voorvaders” weergegeven. Timotheüs’ grootmoeder (Grieks: mamʹme) Loïs wordt geprezen vanwege haar ’geloof zonder huichelarij’, en blijkbaar heeft zij tot de ontwikkeling van Timotheüs’ geloof en geestelijke groei bijgedragen. — 2 Tim. 1:5; 3:14, 15.