GENNESARETH
(Genne̱sareth) [misschien: luit, harp; of vorstelijke tuinen].
Een kleine, enigszins driehoekige vlakte die aan de noordwestelijke oever van de Zee van Galilea grenst en ongeveer 5 km lang en 2,5 km breed is. In deze streek verrichtte Jezus Christus wonderbaarlijke genezingen (Matth. 14:34-36; Mark. 6:53-56). Volgens de joodse geschiedschrijver Josephus was deze vlakte een wonderschone, vruchtbare en goed bewaterde landstreek, waar notebomen, palmen en olijfbomen gedijden, en waar tien maanden van het jaar vijgen en druiven groeiden. — De joodse oorlog, III, x, 8.
Het „meer van Gennesareth” was een andere naam voor de Zee van Galilea (Luk. 5:1). Sommige geleerden zijn van mening dat „Gennesareth” waarschijnlijk de Griekse vorm van de oorspronkelijke Hebreeuwse naam Kinnereth is (Num. 34:11). Anderen vermoeden dat deze naam is afgeleid van twee Hebreeuwse woorden die „vorstelijke tuinen” betekenen. — Zie GALILEA, ZEE VAN.