LICHTDOVERS.
Het Hebreeuwse woord dat zowel met „lichtdovers” (NW) als met „messen” (WV) is vertaald, is vermoedelijk afgeleid van een grondwoord (za·marʹ) dat „afknippen, snoeien” betekent. Daarom zijn sommigen de mening toegedaan dat het hier om schaarachtige voorwerpen gaat waarmee de lampepitten werden gesnoten. Het enige dat men echter met zekerheid over deze voorwerpen weet, is dat ze van goud of koper gemaakt waren en dat ze in verband met de dienst in de tempel gebruikt werden. — 1 Kon. 7:50; 2 Kon. 12:13; 25:14.