ELISA (II)
(Eli̱sa).
Een van de zonen van Javan, alsook een familiehoofd. Van hem uit heeft ’de bevolking van de eilanden der natiën zich verspreid’ (Gen. 10:4, 5; 1 Kron. 1:7). Nog een verwijzing naar Elisa vindt men in het klaaglied over Tyrus. Daar heeft de naam betrekking op een land of een gebied, dat met Tyrus handel dreef. In figuurlijke taal wordt Tyrus beschreven als een schip dat door vele natiën wordt uitgerust. Daarbij leveren „de eilanden van Elisa” „blauw draad en roodpurpergeverfde wol” ter bedekking van het scheepsdek (misschien een soort scherm ter beschutting tegen zon en regen). — Ezech. 27:1-7.