DRACHME.
Een Griekse zilvermunt die in waarde ongeveer overeenkwam met de Romeinse denarius (Luk. 15:8, 9). De Attische drachme droeg de kop van de godin Athena op de voorzijde en de afbeelding van een uil op de keerzijde. In de 1ste eeuw G.T., toen Jezus op aarde was, woog de drachme waarschijnlijk nog maar 3,4 g en had dezelfde waarde als de denarius, die de Grieken „drachme” noemden. De Romeinse regering stelde de officiële koerswaarde van de drachme echter op slechts driekwart van een denarius. De joden betaalden een jaarlijkse tempelbelasting van twee drachmen (een didrachme). — Matth. 17:24.
De Griekse zilveren drachme dient niet te worden verward met de in de Hebreeuwse Geschriften genoemde gouden ’drachme’ (dar·kemōnʹ), een munt die gewoonlijk dezelfde waarde had als de Perzische dariek (ca. 8,4 g). — Ezra 2:69; Neh. 7:70-72.