Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 297
  • Dibon

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Dibon
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Dibon
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Dibon-Gad
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Beth-Gamul
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Dimon
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 297

DIBON

(Di̱bon).

Een stad ten O. van de Dode Zee, die door Sihon de Amoriet aan de Moabieten ontrukt werd, maar later door Israël op hem veroverd werd toen de Israëlieten onder leiding van Mozes voor hun intocht in het Beloofde Land stonden. — Num. 21:25-30.

Het oude Dibon wordt thans geïdentificeerd met Diban, dat iets ten N. van de rivier de Arnon en ongeveer 20 km ten O. van de Dode Zee ligt. In recente tijd zijn hier intensieve archeologische onderzoekingen verricht. De plaats kreeg een zekere vermaardheid toen men daar in 1868 de beroemde Mesasteen vond. Sommige onderzoekers hebben de informatie op deze stèle, die door de Moabitische koning Mesa werd opgericht, zo geïnterpreteerd dat Dibon identiek was met Mesa’s hoofdstad (Karhah genoemd) en eens de belangrijkste stad van Moab geweest moet zijn.

Al gauw na de eerste verovering van dit gebied door de Israëlieten ging de stam Gad daar wonen. En „de zonen van Gad gingen Dibon bouwen” of herbouwen, en gaven het toen klaarblijkelijk de langere naam Dibon-Gad — een plaats die als een van de legerplaatsen van het volk Israël wordt opgesomd (Num. 32:34; 33:45, 46). Dibon werd echter tot het erfdeel van Ruben gerekend (Num. 32:2, 3; Joz. 13:8, 9, 15-17). Dibon had waarschijnlijk te lijden onder de wederom versterkte macht van Moab tijdens de regering van koning Eglon, totdat de overwinning door rechter Ehud een eind aan deze onderdrukking maakte (Recht. 3:12-30). Vele eeuwen later, volgens het bijbelse verslag direct nadat „Achab gestorven was” (ca. 919/918 v.G.T.), kwam Mesa, de koning van Moab, tegen de Israëlitische overheersing in opstand (2 Kon. 3:4, 5). De bijbel zegt niet precies hoe lang deze opstand duurde, en het is mogelijk dat Mesa er destijds — zoals hij op de Mesasteen pocherig beweert — in slaagde verscheidene Israëlitische steden bij „Dibon” (Karhah) in te lijven. In tegenstelling tot de propagandistische inscriptie van Mesa maakt het bijbelse verslag echter duidelijk dat Moab een grondige nederlaag leed toen het met een krijgsmacht tegen de verenigde legers van Israël, Juda en Edom ten strijde trok. — 2 Kon. 3:4-27.

Nog geen 200 jaar later stond Dibon wederom als een Moabitische stad bekend, waaraan door Jesaja (15:2) de ondergang werd aangekondigd. Over de bewoners van die streek wordt daarom profetisch gezegd dat zij zouden opgaan „naar Het Huis en naar Dibon, naar de hoge plaatsen”, om rouw te bedrijven over de woestligging van Moab.

Toen Jehovah’s dienstknecht Jeremia ongeveer 100 jaar later profeteerde dat Dibon zou ’afdalen uit de glorie en zich in dorst zou neerzetten’ (Jer. 48:18), was de vroeger geuite profetie van Jesaja klaarblijkelijk nog niet vervuld. Daarom verkondigde de later profeterende Jeremia kennelijk opnieuw een soortgelijke boodschap en maakte daardoor de aankondiging van Moabs ondergang dubbel zeker. Toen Nebukadnezar enige tijd na de val van Jeruzalem (607 v.G.T.) Moab volledig verwoestte, kan hij de burgers van Dibon hebben achtergelaten in een toestand waarin zij niet alleen ’dorstten’ naar de luxeartikelen van de vroegere glorie van deze plaats, maar als verlaten en vernederde gevangenen ook letterlijk dorstten naar water en andere noodzakelijke levensbehoeften. — Jer. 25:9, 17-21.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen