Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 289-290
  • Debir

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Debir
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Debir
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Kirjath-Sefer
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Kirjath-Sanna
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Lodebar
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 289-290

DEBIR

(De̱bir) [binnenste vertrek of binnenste heiligdom].

Een koningsstad van de Kanaänieten (Joz. 10:38, 39), die ook als Kirjath-Sefer en Kirjath-Sanna bekend was (Joz. 15:15, 49; Recht. 1:11). Ze behoorde tot het erfdeel van Juda, maar werd later een levietenstad van de Kehathieten (Joz. 21:9, 15; 1 Kron. 6:54, 58). De meeste bijbelgeleerden brengen het oude Debir met Tell Beit Mirsim, 20 km ten W.Z.W. van Hebron, in verband.

Er zijn klaarblijkelijk twee verslagen over Israëls eerste verovering van Debir, die een onderdeel vormde van Jozua’s militaire operaties. Het eerste verslag vermeldt eenvoudig de volledige vernietiging van de inwoners van Debir (Joz. 10:38, 39). Het tweede, in Jozua 11:21-23, is waarschijnlijk een korte herhaling van dezelfde verovering (daar in vers 18 wordt gesproken over de ’vele dagen waarin Jozua oorlog heeft gevoerd tegen al deze koningen’), waar dan nog aan wordt toegevoegd dat Jozua ’de Enakieten uit Debir’ en andere steden ’afsneed’. Deze extra inlichting kan zijn toegevoegd om aan te tonen dat zelfs de rijzige Enakieten, wier aanblik de verspieders van Israël meer dan 40 jaar voordien zo de schrik om het hart had doen slaan (Num. 13:28, 31-33; Deut. 9:2), niet onoverwinnelijk waren.

Niettemin schijnen de Enakieten zich opnieuw in de stad Debir te hebben gevestigd; misschien kwamen zij van de Filistijnse kust (Joz. 11:22) terwijl Israël tijdelijk in Gilgal gelegerd was of terwijl het in het N. oorlog voerde (Joz. 10:43–11:15). Alhoewel Jozua er tijdens zijn eerste veldtochten in was geslaagd de verenigde tegenstand van de vijandelijke strijdkrachten in het land Kanaän te onderdrukken, waarbij in een snel tempo alle grotere vestingen werden ontmanteld, stond dit soort van oorlogvoering klaarblijkelijk niet toe garnizoenen op te richten om alle verwoeste steden in bezit te houden. Zo kwam het dat Debir een tweede maal veroverd moest worden; deze „zuiveringsactie” werd uitgevoerd door Othniël, die als beloning voor zijn dapperheid Achsa, de dochter van de beproefde strijder Kaleb, tot vrouw kreeg. — Joz. 15:13-19; Recht. 1:11-15.

Er kan niet precies worden vastgesteld wanneer in de geschiedenis van Israël deze tweede verovering plaatsvond. Het boek Rechters vangt aan met de zinsnede „Na de dood van Jozua” en iets later volgt dan het verslag over de inneming van Debir door Kaleb (1:11-15). Daaruit maken sommigen op dat Juda Debir pas na de dood van Jozua heeft veroverd, wat dan zou betekenen dat het overeenkomstige verslag uit Jozua 15:13-19 een latere toevoeging was aan het boek dat Jozua’s naam draagt. Anderen daarentegen zien in Rechters 1:1 slechts een formele inleiding die het boek Rechters met het boek Jozua verbindt, waarvoor zij als argument aanvoeren dat Kaleb er stellig niet jarenlang mee gewacht zou hebben — namelijk tot na de dood van Jozua — de Enakieten uit het hem beloofde bezit te verdrijven. Volgens hen is het verslag in Rechters derhalve een herhaling van het verslag in Jozua.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen