DALMATIË
(Dalma̱tië).
Een gebied in het bergland ten O. van de Adriatische Zee, dat thans tot Joegoslavië behoort. Na het jaar 9 G.T. gold het zuidelijkste van de twee districten die de Romeinse provincie Illyrië vormden, als Dalmatië. Maar de naam Dalmatië werd blijkbaar vaak ook voor Illyrië gebruikt. Paulus’ metgezel Titus vertrok enige tijd vóór de terechtstelling van de apostel, welke vermoedelijk omstreeks 65 G.T. plaatsvond, naar Dalmatië (2 Tim. 4:6-10). In hetzelfde vers waarin gezegd wordt dat Demas Paulus „verlaten” had, staat dat Titus naar Dalmatië was vertrokken. Hoewel er niet uitdrukkelijk wordt gezegd welke missie Titus daar te vervullen had, schijnt hij met Paulus’ goedkeuring daarheen vertrokken te zijn. Aangezien Paulus kort voor het einde van zijn derde zendingsreis, ongeveer negen jaar eerder, gezegd had dat zijn kring zich helemaal tot aan Illyrië in het N. uitstrekte (Rom. 15:19), denken sommige geleerden dat Titus destijds naar dat gebied werd gezonden om er gemeentelijke aangelegenheden te regelen en zendingswerk te verrichten. In dat geval zou hij daar een soortgelijke taak hebben vervuld als op Kreta (Tit. 1:5). In zijn brief aan Titus had Paulus hem verzocht Kreta te verlaten (Tit. 3:12), en het schijnt voor de hand te liggen dat hij daarna bij de apostel is gebleven totdat hij de opdracht kreeg naar Dalmatië te gaan.