SCHENKER.
Een hofbeambte die ermee belast was de koning wijn of andere dranken in te schenken (Gen. 40:1, 2, 11; Neh. 1:11; 2:1). Tot de taken van de overste der schenkers behoorde o.a. soms het proeven van de wijn voordat hij deze aan de koning gaf. De reden hiervoor was dat de koning altijd rekening moest houden met een aanslag op zijn leven door vergiftiging van zijn wijn.
Daar het leven van de koning op het spel stond, was absolute betrouwbaarheid een eerste vereiste voor dit ambt, dat als een van de meest eervolle posities aan het hof gold. De overste der schenkers was vaak bij koninklijke conferenties en besprekingen aanwezig. Daar hij in zo’n nauwe en gewoonlijk vertrouwelijke verhouding tot de koning stond, had hij vaak een aanzienlijke invloed op hem.