BEL (II).
Een hol metalen voorwerp. Dit instrument heeft meestal de vorm van een peer of een kelk en geeft wanneer men ertegen slaat, een heldere klank. De afmetingen en de vormen, alsook de manieren waarop bellen door mensen uit alle tijden zijn gebruikt, zijn legio. Met het luiden van bellen, of door klokgelui, zijn mensen bijeengeroepen voor burgerlijke en maatschappelijke aangelegenheden, alsook voor de oorlog.
De eerste keer dat in de bijbel melding wordt gemaakt van bellen, is in verband met de dienst in de tabernakel. Aan de zoom van de effen blauwe schoudermantel van de hogepriester werden gouden belletjes bevestigd, afgewisseld met granaatappels van blauw, purper en karmozijnen stof. — Ex. 28:33-35; 39:25, 26.