Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 136
  • Baäl-Perazim

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Baäl-Perazim
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Baäl-Perazim
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Perazim, Berg
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Refaïm, Laagvlakte van
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Het voorbeeld uit de oudheid van Jehovah’s ongewone werk
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 136

BAÄL-PERAZIM

(Ba̱äl-Pe̱razim) [heer of meester van de doorbraken].

De plaats waar koning David enige tijd na zijn verovering van de vesting Jeruzalem een volledige overwinning op de gezamenlijke strijdkrachten van de Filistijnen behaalde (2 Sam. 5:9, 17-21). Het verslag zegt dat toen David te horen kreeg dat de Filistijnen naderden om een aanval te doen, hij met zijn mannen „naar de moeilijk toegankelijke plaats af[daalde]”, terwijl de Filistijnen „in de laagvlakte van Refaïm [bleven] rondtrekken”. Nadat David van Jehovah de verzekering van diens steun had gekregen, ging hij tot de aanval over, waarop de Filistijnen vluchtten en hun afgoden achterlieten. David schreef de overwinning aan Jehovah toe met de woorden: „Jehovah is voor mij uit door mijn vijanden heen gebroken, zoals wateren een bres slaan”; en om deze reden „gaf hij die plaats de naam Baäl-Perazim”. Het verslag in 2 Samuël 5:21 zegt dat David en zijn mannen ’de afgoden die de Filistijnen hadden achtergelaten, meenamen’; het parallelle verslag in 1 Kronieken 14:12 laat echter zien wat er uiteindelijk werd gedaan, want daar staat: „Toen gaf David bevel, waarop [de afgoden] in het vuur werden verbrand.”

Men denkt dat de laagvlakte van Refaïm de vlakte el-Baka ten Z.W. van Jeruzalem is, die over een afstand van ongeveer 1,5 km schuin afdaalt en zich dan tot een smal dal, Wadi el-Werd genoemd, vernauwt. Op grond hiervan vermoeden de meeste geleerden dat de plaats waar Baäl-Perazim lag, Sjeik Bedr is, gelegen op de vooruitspringende rots Ras en-Nadir, vanwaar men uitziet over de „bron van de wateren van Neftoah [het huidige Lifta]” (Joz. 15:8, 9) ten N.W. van Jeruzalem.

De berg Perazim waarvan Jesaja melding maakt, is naar men denkt dezelfde plaats. De vermelding ervan in Jesaja’s profetie herinnert aan de overwinning die Jehovah door bemiddeling van David bij Baäl-Perazim behaalde en die wordt aangehaald als een voorbeeld van de vreemde daad die Jehovah zal uitvoeren wanneer hij, zoals hij zegt, als een plotselinge, overstromende stortvloed een bres in zijn vijanden zal slaan. — Jes. 28:21.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen