AVRECH
(Avre̱ch).
Een uitdrukking die op eer en waardigheid duidt en die voor de erewagen van Jozef uit werd geroepen nadat Farao hem tot de op één na hoogste in het koninkrijk had aangesteld (Gen. 41:43). Indien de uitdrukking van Hebreeuwse oorsprong is, zoals de vertaler Aquila vermoedde en zoals ook door de Vulgaat wordt ondersteund, kon ze „Knielt!” of „Op de knieën!” betekenen, en zo wordt ze ook in enkele vertalingen weergegeven (SV, PC). Deze zienswijze wordt echter door velen ten gunste van soortgelijke woorden in andere talen verworpen. Sommigen houden de uitdrukking bijvoorbeeld voor de Babylonische of Assyrische titel van een hoge functionaris en menen dat ze „ziener” of „grootvizier” betekent. Sommigen verwijzen naar het Koptisch en zeggen dat ze „Neigt het hoofd!” betekent; anderen wijzen erop dat de Arabieren iets soortgelijks zeggen wanneer zij hun kamelen gebieden neer te knielen.
De precieze betekenis van deze uitdrukking staat derhalve nog niet vast en daarom is ze in de NW, de KB en andere vertalingen onvertaald gelaten.