ASNAPPAR
(A̱snappar) [Assoer is de schepper van de erfgenaam].
Deze naam komt in een in het Aramees geschreven deel van het boek Ezra (4:10) voor en is klaarblijkelijk een verkorte weergave van de naam van de Assyrische koning Assoerbanipal. Net als in het Perzisch, dat geen letter l heeft, wordt de laatste l door een r vervangen. In het Grieks werd hij „Sardanapallos” en in het Latijn „Sardanapalus” genoemd. Een verdere ondersteuning voor de toepassing van de naam op Assoerbanipal vinden wij in Ezra 4:9, 10, waar wordt bericht dat Asnappar de inwoners van Susa (de hoofdstad van Elam) naar Samaria overbracht. (Vergelijk 2 Koningen 17:24-28.) Volgens de geschiedenis was Assoerbanipal de enige Assyrische koning die in de positie was aldus ten aanzien van de bewoners van Elam te handelen.
Assoerbanipal was de zoon van Esar-Haddon (Ezra 4:2) en de kleinzoon van de machtige Sanherib. Hij schijnt een tijdgenoot te zijn geweest van koning Manasse van Juda (716–661 v.G.T.), wiens naam op een prisma van Assoerbanipal te vinden is, waarop ongeveer 20 koningen worden vermeld die schatplichtig waren aan Assyrië. (Vergelijk 2 Kronieken 33:10-13.) Onder hem bereikte Assyrië zijn grootste bloei. Assoerbanipal nam de Assyrische troon over na de dood van zijn vader, die hem klaarblijkelijk drie of vier jaar voordien tot kroonprins had benoemd; zijn broer Sjamasj-sjoem-oekin nam de ondergeschikte troon van Babylon over.
Assoerbanipal onderdrukte een opstand in Egypte en veroverde en verwoestte daarbij de stad Thebe (No-Amon; vergelijk Nahum 3:8-10). Later was hij in een langdurig conflict met zijn broer, de koning van Babylon verwikkeld, en nadat hij Babylon had onderworpen, verwoestte hij Susa, de hoofdstad van Elam. Op grond van deze verovering kan men hem vanuit geschiedkundig oogpunt in verband brengen met de Asnappar uit Ezra 4:9, 10.
Assoerbanipal is echter het meest bekend wegens zijn literaire interesses — een kenmerkende eigenschap van de geduchte Assyrische monarchen. Sinds 1845 G.T. heeft men bij opgravingen een grote bibliotheek gevonden die Assoerbanipal in Nineve had gesticht. Ze bevatte ongeveer 22.000 kleitabletten en teksten. In één inscriptie zegt hij over zichzelf: „Ik, Assoerbanipal, leerde de wijsheid van Naboe, de gehele schrijfkunst op kleitabletten. . . . Ik ontving de openbaring van de wijze Adapa, de verborgen schat van de schrijfkunst. . . . Ik beschouwde de hemel met de geleerden. . . . Ik las de schitterende kleitabletten uit Soemer en het onbekende Akkadische schrift, dat moeilijk te leren is. Ik las met vreugde de inscripties op steen uit de tijd vóór de vloed.” — Light from the Ancient Past (1946), Jack Finegan, blz. 181.
Assoerbanipal zond afschrijvers naar alle oude tempels van Babylon om de daar bewaarde literaire werken over te schrijven. Tot de in zijn koninklijke bibliotheek gevonden teksten behoren ook de Babylonische verslagen over de schepping en de Vloed. Behalve bezweringen, gebeden en hymnen bevatten de duizenden spijkerschrifttabletten rekentafels, verhandelingen over geschiedenis, geografie, astronomie, geneeskunde en grammatica, alsook zakendocumenten over contracten, verkopen en leningen. Sommige tabletten zijn slechts 6,5 cm2 groot, terwijl andere wel 38 × 21,5 cm zijn. Ze gelden als de belangrijkste inlichtingenbron voor de wereldlijke geschiedenis van het Assyrische Rijk en zijn monarchen.
Historische inlichtingen over het einde van Assoerbanipals regering ontbreken. Hierover staat in The Interpreter’s Dictionary of the Bible (Deel 1, blz. 257): „Met het jaar 639 verdwijnen de bronnen over de Assyrische geschiedenis . . . Voor deze eigenaardige leemte bestaat geen verklaring. Het rijk viel schrikwekkend plotseling uiteen.” — Zie ASSYRIË.