AREOPAGUS
(Areo̱pagus) [Aresheuvel, Marsheuvel].
Een heuvel ten N.W. van de Atheense Acropolis, waarvan hij door een ondiep dal gescheiden is. Deze tamelijk smalle, onbegroeide kalksteenrots is ongeveer 110 m hoog; de ten Z.O. daarvan gelegen Acropolis steekt er meer dan 40 m bovenuit. Vanaf het N. klimt de Marsheuvel geleidelijk omhoog; naar het Z. daalt hij steil af. Eens was deze heuvel gekroond met Griekse altaren, tempelheiligdommen, beelden en het in de open lucht gelegen opperste gerechtshof van de Areopagus. Thans is dit alles verdwenen en zijn er nog slechts een paar in de rotsen uitgehouwen zitbanken te zien.
De apostel Paulus werd bij een van zijn bezoeken aan Athene door zekere Atheners gegrepen en naar de Areopagus gevoerd. Zij zeiden: „Kunnen wij te weten komen wat deze nieuwe leer is waarover gij spreekt? Want gij brengt enkele dingen ter sprake die ons vreemd in de oren klinken” (Hand. 17:19, 20). In zijn antwoord voerde Paulus zorgvuldig het ene feit na het andere aan en bouwde hij in de loop van zijn betoog een logische, overredende en overtuigende bewijsvoering op. Hij slaagde er niet in zijn toespraak af te maken, want „toen zij nu van een opstanding der doden hoorden, gingen sommigen spotten”. Toen hij werd onderbroken, was hij er echter reeds in geslaagd zijn toehoorders in drie verschillende groepen te verdelen. Sommigen spotten, anderen zeiden dat zij later meer wilden horen en weer anderen „werden gelovigen, onder wie ook Dionysius, een rechter aan het gerechtshof van de Areopagus, en een vrouw genaamd Damaris, en nog anderen behalve hen” (Hand. 17:22-34). De herinnering aan dit voorval wordt op de Marsheuvel levendig gehouden door een bronzen plaat waarop de toespraak van de apostel Paulus staat. Er kan niet met zekerheid worden gezegd dat Paulus bij die gelegenheid ten overstaan van het gerechtshof van de Areopagus sprak, maar hij had op zijn minst één lid van dit beroemde gerechtshof onder zijn toehoorders.
De heuvel, eens de zetel van dit vermaarde gerechtshof, was naar de mythologische Griekse god Ares (de Romeinse god Mars) genoemd. Het gerechtshof van de Areopagus was in de tijd van Paulus reeds zeer oud, want het moet al vóór het jaar 740 v.G.T. hebben bestaan. Hoewel de functies en de bevoegdheid van dit gerechtshof in de loop der eeuwen van tijd tot tijd zijn veranderd, genoot het tot aan de tijd van de caesars de hoogste eerbied en achting.
[Illustratie op blz. 103]
Areopagus (de lage heuvel op de voorgrond)