ABANA
(Aba̱na) [waarschijnlijk: steenachtig].
Een rivier van Damaskus die over het algemeen wordt vereenzelvigd met de Barada, die in het Anti Libanongebergte ontspringt. Aan het einde van haar loop door het gebergte komt ze ten W. van Damaskus uit een ravijn te voorschijn. Dan stroomt de Barada door het noordelijke deel van de stad en waaiert vervolgens uit om een groot gebied te bevloeien voordat ze ten slotte ten O. van de stad in een moeras doodloopt. Het water van de rivier, dat voor de kunstmatige bevloeiing van velden en boomgaarden wordt gebruikt, schept een uitgestrekte groene oase. Er kan terecht worden gezegd dat Damaskus zijn bestaan aan de Barada dankt. Deze rivier voedde lange tijd de waterreservoirs, fonteinen en baden van de stad. Klassieke schrijvers noemden haar de „gouden rivier” (Chrysorrhoas). Er blijken dus gegronde redenen voor te bestaan dat de Abana bij de Syrische legeroverste Naäman hoog aangeschreven stond. — 2 Kon. 5:12.