ZIF
1. Een nakomeling van Juda via Jehallelel. — 1Kr 4:15, 16.
2. Een niet-geïdentificeerde stad in het zuidelijke deel van Juda. — Joz 15:21, 24.
3. Een stad in het bergland van Juda (Joz 15:20, 48, 55, 57). Dit is blijkbaar de stad Zif waarvan Mesa de „vader” (of stichter) was (1Kr 2:42). Geografen brengen de stad doorgaans in verband met Tell Zif, zo’n 6 km ten ZO van Hebron. David verborg zich in de wildernis rond Zif voor koning Saul, en de mannen van de stad verraadden tweemaal aan de koning waar David zich ophield (1Sa 23:14, 15, 19, 24, 29; 26:1, 2; vgl. Ps. 54, Ops.). Deze stad Zif werd kennelijk later door Rehabeam versterkt. — 2Kr 11:5-8.