ZILLETHAI
(Zi̱llethai) [van een grondwoord dat „schaduw; beschutting” betekent].
1. Hoofd van een Benjaminitische familie die in Jeruzalem woonde; zoon van Simeï. — 1Kr 8:1, 20, 21, 28.
2. Een dappere overste uit de stam Manasse, die zich bij Davids strijdkrachten te Ziklag aansloot. — 1Kr 12:19-21.