SARFATH
(Sa̱rfath) [misschien van een grondwoord dat „louteren” betekent].
Een Fenicische stad die in Elia’s tijd aan Sidon ’behoorde’ of blijkbaar daarvan afhankelijk was. In Sarfath genoot de profeet de gastvrijheid van een arme weduwe wier meel- en olievoorraad tijdens een grote hongersnood door een wonder op peil werd gehouden. Door Gods kracht wekte Elia ook haar zoon uit de dood op (1Kon 17:8-24; Lu 4:25, 26). Later vormde de stad de uiterste grens van het voormalige Kanaänitische gebied dat zoals voorzegd het bezit van de Israëlitische ballingen zou worden (Ob 20). De naam is bewaard gebleven in die van Sarafand, ongeveer 13 km ten ZZW van Sidon, ofschoon de stad uit de oudheid iets verderop aan de Middellandse-Zeekust kan hebben gelegen.