UZZIËLIETEN
(Uzziëli̱e̱ten) [Van (behorend tot) Uzziël].
Levitische nakomelingen van Kehaths vierde zoon Uzziël (Nu 3:19, 27). Zij waren aan de Z-kant van de tabernakel gelegerd, en een van de Uzziëlieten, Elizafan (Elsafan), was de overste van alle Kehathieten (Nu 3:29, 30). Honderd twaalf Uzziëlieten begeleidden onder Amminadab de ark van het verbond toen David die naar Jeruzalem liet brengen (1Kr 15:3, 4, 10). De Uzziëlieten waren ook betrokken bij de door David georganiseerde tempeldienst. — 1Kr 23:6, 20; 24:24; 26:23, 24.