SOSIPATER
(Sosi̱pater) [De vader redden].
Een metgezel van Paulus toen deze zich in Korinthe bevond. De apostel noemde hem ’mijn bloedverwant’. In de brief die Paulus vanuit Korinthe aan de Romeinen schreef, bracht hij zijn groeten over (Ro 16:21). Mogelijk is hij dezelfde als de in Handelingen 20:4 genoemde Sopater, die Paulus in Griekenland vergezelde.