SAÄLBIM
(Sa̱älbim).
Een stad waarvan de Amoritische inwoners door het huis van Jozef aan dwangarbeid onderworpen werden (Re 1:35). Later behoorde Saälbim tot een van de districten die Salomo’s huishouding jaarlijks van voedsel voorzagen (1Kon 4:7-9). Algemeen wordt aangenomen dat het dezelfde plaats is als Saälabbin, een grensstad van Dan (Joz 19:40-42). In het Hebreeuws worden beide namen hetzelfde gespeld, met uitzondering van de laatste medeklinker. Saälbon is mogelijk een andere naam voor Saälbim. — 2Sa 23:32; 1Kr 11:33.
Saälbim wordt geïdentificeerd met het verlaten dorp Selbit (Tel Shaʽalvim), waarin de bijbelse naam bewaard schijnt te zijn gebleven. Het ligt ongeveer 25 km ten WNW van Jeruzalem en betrekkelijk dicht bij de veronderstelde ligging van andere plaatsen die in de Schrift samen met Saälbim worden genoemd.