Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • it-1 ‘Heilige dienst’
  • Heilige dienst

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Heilige dienst
  • Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Vergelijkbare artikelen
  • Heilige dienst
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Heilige dienst
    Verklarende woordenlijst
  • De schat van heilige dienst waarderen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Heilige dienst in deze „tijd van het einde”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1980
Meer weergeven
Inzicht in de Schrift, Deel 1
it-1 ‘Heilige dienst’

HEILIGE DIENST

Dienst of arbeid die heilig is en rechtstreeks verband houdt met de aanbidding van God.

Het Hebreeuwse woord ʽa·vadhʹ betekent in de grond der zaak „dienen” (Ge 14:4; 15:13; 29:15) of „arbeiden” (Ex 34:21) en wordt ook weergegeven met „bebouwen”, „bewerken” (Ge 4:12; De 28:39). Wanneer ʽa·vadhʹ wordt gebruikt met betrekking tot dienst die wordt verricht voor Jehovah of voor valse godheden, heeft het de betekenis van aanbidding of heilige dienst (Ex 10:26; De 11:16). Insgelijks heeft ook het Griekse werkwoord la·treuʹo de betekenis van „dienen”. Het wordt gebruikt voor het dienen van God (Mt 4:10; Lu 1:74; 2:37; 4:8; Han 7:7; Ro 1:9; Fil 3:3; 2Ti 1:3; Heb 9:14; 12:28; Opb 7:15; 22:3), zoals dit in het heiligdom of de tempel werd gedaan (Heb 8:5; 9:9; 10:2; 13:10), en ook met betrekking tot valse aanbidding of het verrichten van dienst voor geschapen dingen (Han 7:42; Ro 1:25). In de christelijke Griekse Geschriften wordt het zelfstandig naamwoord la·treiʹa uitsluitend met betrekking tot de dienst voor God gebruikt (Jo 16:2; Ro 9:4; 12:1; Heb 9:1, 6). Het verschilt van het Griekse di·a·koʹni·a, dat eveneens „bediening; dienst” betekent, maar dat te maken heeft met alledaagse, gewone, wereldse dingen — dingen die niet heilig zijn.

De Enige wie aanbidding toekomt of voor wie terecht heilige dienst mag worden verricht, is Jehovah God (Mt 4:10; Lu 4:8). Aangezien de joden in een speciale verbondsverhouding tot Jehovah God stonden, zouden zij het voorrecht hebben gekregen om als zijn door de geest verwekte zonen en leden van „een koninklijke priesterschap” heilige dienst voor hem te verrichten. De meesten verbeurden dit voorrecht echter omdat zij in gebreke bleven geloof in Christus Jezus te oefenen (Ro 9:3-5, 30-33; 1Pe 2:4-10). Velen, zoals de Farizeeër Saulus voordat hij een christen werd, meenden dat zij werkelijk heilige dienst voor God verrichtten door de volgelingen van Christus te vervolgen. — Jo 16:2; Han 26:9-11; Ga 1:13, 14.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen