Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • it-2 ‘Zak (Zakkengoed)’
  • Zak (Zakkengoed)

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zak (Zakkengoed)
  • Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Vergelijkbare artikelen
  • Zak (zakkengoed)
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Houdingen en gebaren
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Ambtsgewaad
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Heupen
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
Inzicht in de Schrift, Deel 2
it-2 ‘Zak (Zakkengoed)’

ZAK (ZAKKENGOED)

Een lap ruwe stof waarvan zakken werden gemaakt, bijvoorbeeld voor het bewaren van graan. Deze stof werd gewoonlijk van een donkere kleur geitehaar geweven (Opb 6:12; Jes 50:3). Het Hebreeuwse woord voor zak of zakkengoed (saq) wordt ook gebruikt om de ervan gemaakte zakken zelf aan te duiden. — Ge 42:25; Joz 9:4.

Het was de traditionele rouwkleding, en wij lezen voor het eerst over het gebruik ervan toen Jakob over de vermeende dood van zijn zoon Jozef rouwde en een zak om zijn heupen deed (Ge 37:34; 2Sa 3:31). In sommige gevallen gebruikten de rouwenden de zak om op te zitten of te slapen (2Sa 21:10; Jes 58:5; Joë 1:13). Toen de dienaren van Ben-Hadad Achab kwamen smeken om hun koning in leven te laten, droegen zij een zak om hun lendenen en touwen op hun hoofd (1Kon 20:31, 32). Soms werd de zak direct op de huid gedragen, met andere kleding eroverheen (Job 16:15; Jes 32:11; 1Kon 21:27; 2Kon 6:30), terwijl men zich er in andere gevallen mogelijk eenvoudig over de onderkleren heen mee ’omgordde’. — Ez 7:18; Joë 1:8.

Als gevolg van Jona’s prediking vaardigde de koning van Nineve een bevel uit dat niet alleen heel het volk van de stad zijn voorbeeld moest volgen en zich met zakken moest bedekken, maar dat zelfs de ’huisdieren’ ermee bedekt moesten worden. — Jon 3:6-8.

Nu en dan hulden de Hebreeuwse profeten zich in zakken wanneer zij waarschuwingsboodschappen moesten overbrengen en tot berouw moesten oproepen, of wanneer zij met uitingen van berouw ten behoeve van het volk baden (Jes 20:2; Da 9:3; vgl. Opb 11:3). De koning en het volk hulden zich in zakken in zware crisistijden of wanneer zij rampspoedig nieuws ontvangen hadden. — 2Kon 19:1; Jes 15:3; 22:12.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen